Burgemeester Femke Halsema benadrukte woensdag in de gemeenteraad dat er nog geen onomkeerbaar besluit is genomen over het erotisch centrum in Amsterdam-Zuid. ‘De raad heeft voor deze route gekozen.’
Het debat volgde op de publicatie van interne stukken van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), verkregen via een Woo-verzoek van Het Parool. Uit die documenten bleek dat Den Haag niet alleen juridische en financiële zorgen had over de locatiekeuze, maar ook economische en politieke bezwaren besprak, zoals de impact op het vestigingsklimaat op de Zuidas.
VVD-fractievoorzitter Daan Wijnants wees op de oplopende kosten en het risico op een conflict met het Rijk. “We stevenen af op een forse clash tussen I&W en de gemeente Amsterdam over de kosten. Het project kampt al met een ongedekte overschrijding van 600 tot 800 miljoen euro, en dan komt Amsterdam er nog eens bij met extra ingrepen die enorm veel geld gaan kosten.”
Cas van Berkel (JA21) haalde de vrijgegeven ministeriële notities aan en legde de link met de zorgen over het vestigingsklimaat. “Uit hun eigen documenten blijkt dat de aanwezigheid van het erotisch centrum de aantrekkelijkheid van de Zuidas als internationaal zakendistrict zou kunnen schaden. Als het ministerie daar zorgen over heeft, moeten wij dat als gemeenteraad serieus nemen.”
Internationale vestigingsklimaat
Halsema pareerde de kritiek met een tegenargument over de economische dynamiek van de stad. “Op de Wallen en in het gebied daaromheen zijn nu meer internationale bedrijven gevestigd dan op de Zuidas. Je zou dus kunnen zeggen dat de vestiging van een erotisch centrum misschien een positief effect zou kunnen hebben op het vestigingsklimaat op de Zuidas,” stelde ze, met een ironische ondertoon.
Ze voegde daaraan toe dat het ‘wetenschappelijk niet houdbaar’ is om te veronderstellen dat de aanwezigheid van sekswerk een negatieve invloed heeft op het internationale vestigingsklimaat. “We weten ook dat er altijd goede zaken worden gedaan in de periode dat er veel internationale congressen zijn.”
Naast de locatiekwestie stond ook de verdeling van de kosten centraal in het debat. Uit de Woo-stukken bleek dat het ministerie van I&W in april twijfelde of de gemeente Amsterdam wel volledig verantwoordelijk kon worden gehouden voor de eventuele meerkosten van het erotisch centrum. Halsema herhaalde dat de gemeente zich aan eerdere afspraken houdt en eventuele kosten voor eigen rekening neemt, wat pas bekend zal worden bij een eventueel investeringsbesluit in 2026.
Moment van onomkeerbaarheid
Het erotisch centrum is al jaren een controversieel dossier binnen de Amsterdamse politiek. Momenteel steunen alleen de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 de plannen. De vraag is of zij na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 nog steeds achter het plan staan én een meerderheid hebben om het door te zetten.
Halsema benadrukte dat het besluit bij de gemeenteraad ligt. “De raad heeft jaren geleden voor deze route gekozen, die ik heel netjes aan het uitwerken ben. Maar het kan altijd zo zijn dat de raad op een gegeven moment zegt: doe het toch maar niet. Pas in het najaar van 2026 kan een moment van onomkeerbaarheid ontstaan.”
Bron: Parool.nl